|
 De Heilige Quran
|
|
http://www.dekoraan.nl/
http://www.islamcity.nl/de-islam.html
http://www.dimadima.nl/
http://www.al-yaqeen.com/nieuw/bibliotheek/artikel.php?id=1165
http://islamedia.nl/cat-lezingen-9.htm - DimaDima  - nioweb
|
|
http://nl.wikipedia.org/wiki/Allah
|
|
http://www.risallah.com/islam/gebed.php?g=leer_gebed
|
|
1. Sahada
Het Geloof begint met de Sahada oftewel de getuigenis:
"Ashadou an La-ilaha Illallah wa ashadou ana Muhammadan Rasoulallah"
Door dit te zeggen getuig je dat Er geen God is dan Allah en Mohammed zijn dienaar en profeet is.
Alleen het uitspreken met de mond van deze getuigenis heeft geen waarde. Dit houdt in dat men de getuigenis niet accepteert door het enkel uit te spreken, maar dat men er met zijn hart in gelooft dat Allah een is en dat Hij geen deelgenoten kent. Hiernaast dient men er met zijn hart in te geloven dat Mohammed zijn profeet is.
Voordat men de Sahada kan uitspreken moet men eerst geloven in de 6 basiselementen
Vervolg zie : http://www.risallah.com/islam/index.php?i=basis
|
|
|  Zijn vzmh kinderjaren | |
|
Tezamen met reinheid is hij ter wereld gekomen, blijdschap vergezelde hem en welslagen viel hem bij. Een kind was hij, maar één niet als alle anderen, de onschuld zelve, verstandig en prudent, vol ijver en vlijt. Onder het wakende Oog van Allah kwam hij tot volle wasdom. Een beschermende hand strekte zich over hem uit, toezicht vergezelde hem als zijn schaduw en puurheid straalde hij om zich heen. Allah behoedde hem voor iedere tekortkoming, afdwaling, grofheid en ruditeit. Dit omdat hij vanaf kindsbeen de aangewezen kandidaat was om de wereld te verbeteren, om de mensheid te verblijden en te geleiden uit de duisternis naar het licht. Hij was niet zomaar een man, maar een Profeet, niet zomaar een mens, maar een Boodschapper, niet zomaar een dienaar, maar een onfeilbare en niet zomaar een persoon, maar één die de Openbaring ontving.
Mohammed (vrede zij met hem) was niet zomaar een voorman, want er zijn meer voormannen als de haren op het hoofd, die allen verschillende wereldse voornemens en ambities nastreven. Hij was daarentegen een verbeteraar, leidsman. Hij beschikte over de Koran, de Soennah, het licht, de richtsnoer, bruikbare kennis en goede daden. Hij was gekomen ter verbetering van het wereldse en het Hiernamaals en ter verblijding van de ziel en het lichaam.
Mohammed (vrede zij met hem) was niet zomaar een geleerde, maar één die onderricht verkreeg van Allah, één die kennis verschafte aan de mensen van kennis, één die de predikers instrueerde, één die de wijsheren de weg wees en één die de mensen naar de juistheid leidde.
“En waarlijk, jij leidt zeker naar een recht Pad.”
(Interpretatie van de betekenis van soerat ash-Shoeraa: 52)
Allen plegen zij uit de Boodschapper van Allah te putten.
Alsof hij een zee is waaruit zij scheppen of een meer waaruit zij een teug nemen.
Mohammed (vrede zij met hem) was geen koning die wenste zijn koningschap te vestigen en zijn leger te mobiliseren. Hij was echter een onfeilbare voorman, verblijder, waarschuwer en gezant naar iedere koning, onderdaan, lijfeigene, vrije mens, arme, rijke, blanke, zwarte, Arabier en niet-Arabier.
“En Wij hebben jou slechts gestuurd als een genade voor de werelden.”
(Interpretatie van de betekenis van soerat al-Anbiyaa’: 107)
Wat betreft zijn adolescentie; hij was de parel onder de jeugdigen, kuis, viriel, vol inzicht, weldoordacht en welbespraakt. Nooit heeft iemand hem kunnen betrappen op een leugen, misstap of gebrekkigheid. Puur was hij qua uiterlijk en innerlijk, charismatisch, eerbiedig, welbevallig qua karakter, aangenaam in zijn voorkomen, waarachtig, proper en behaaglijk.
Zijn vijanden waren ondanks hun overdreven vijandigheid, vreselijke listen en ongekende afgunst niet in staat enige tekortkoming bij hem aan te treffen. Sterker nog, zij troffen slechts datgene aan wat hen van kwaadheid deed laaien, zoals zijn feilloze levensstijl, daadkracht, rechtschapenheid en fatsoen. In zijn jeugd was hij het die zij in vertrouwen namen, bij wie zij te rade gingen, die zij aanstelden als rechter in hun geredetwist. Hij diende voor hen als rolmodel wat betreft goedheid, verhevenheid, verstandigheid en welbespraaktheid.
“En waarlijk, jij beschikt zeker over een hoogstaand karakter.”
(Interpretatie van de betekenis van soerat al-Qalam: 4)
bron : Al yaqeen - site's
|
|  de eerste openbaring | |
|
De Moeder der gelovigen, cAa’ieshah overlevert: “Het eerste dat de Profeet (vrede zij met hem) aan Openbaring ontving, was de ware visioen. Hij zag geen visioen of het kwam de volgende dag precies zo uit. Later hield hij ervan om zich af te zonderen en hij trok zich terug in de grot Hira’ om voor langere periode aanbidding te verrichten, voordat hij terugkeerde naar zijn familie om zijn proviand aan te vullen. En als hij terugkeerde naar Khadiedjah en zijn proviand had aangevuld (dan keerde hij weer terug). Totdat de Waarheid tot hem kwam, terwijl hij in de grot Hira’ was. Hij kreeg bezoek van de engel die tegen hem zei: ,,Reciteer.” Hij antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hij (De Profeet, vrede zij met hem) zei: ,,Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij tegen zich aan, totdat ik bijna stikte. Vervolgens liet hij mij los en zei: ,,Reciteer.” Ik antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij voor de tweede keer tegen zich aan, totdat ik bijna stikte. Vervolgens liet hij mij los en zei: ,,Reciteer.” Ik antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij voor de derde keer tegen zich aan, totdat ik bijna stikte, waarop hij zei:
,,Reciteer in de Naam van jouw Heer Die heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen uit een bloedklonter. Reciteer, en jouw Heer is de Meest Edele.”
De Profeet (vrede zij met hem) keerde hiermee (de geopenbaarde verzen) angstig terug (naar huis). Hij kwam binnen bij (zijn vrouw) Khadiedjah bintoe Khoewaylied, moge Allah tevreden met haar zijn, en zei: ,,Omwikkel mij, omwikkel mij.”, waarna Khadiedjah hem omwikkelde (en hem kalmeerde) totdat zijn angst voorbij was. Hij vertelde haar wat hem overkwam, en zei: ,,Ik vreesde voor mijn leven.” Zij zei: ,,Vrees niet, Allah zal jou nooit en te nimmer vernederen. Voorwaar jij onderhoudt de familiebanden, zorgt voor de zwakkeren en de minderbedeelden, je eert de gast en je vecht voor rechtvaardigheid.” Zij nam hem vervolgens mee naar Waraqah ibnoe Nawfal ibnoe Asad ibnoe cAbd al-cOezzah -de neef van Khadiedjah- Hij had zich bekeerd tot het Christendom tijdens de Djaahiliyyah (het tijdperk der ontwetendheid) en hij kon Hebreeuws schrijven, zo vertaalde hij, met de Wil van Allah, gedeelten uit de Hebreeuwse Bijbel naar het Arabisch en hij was een oude blinde man. Khadiedjah zei tegen hem: ,,O zoon van mijn oom, luister naar jouw neef (Mohammed, vrede zij met hem).” Daarop vroeg Waraqah: ,,O zoon van mijn broeder, wat heb je meegemaakt?” De Boodschapper (vrede zij met hem) vertelde hem toen wat hem was overkomen.” Toen zei Waraqah: ,,Dit is de Naamoes (De brenger van goede nieuws, hier Djibriel, vrede zij met hem) die Allah ook naar Moesa (vrede zij met hem) heeft gestuurd. O, was ik nog maar in de kracht van mijn leven. O zou ik nog maar leven tegen de tijd dat jouw volk jou zal wegjagen. De Boodschapper (vrede zij met hem) vroeg: ,,Zal ik dan weggejaagd worden door mijn eigen volk? Hij antwoordde: ,,Jazeker! Nooit is er een man gekomen met datgene waarmee jij bent gekomen, of hij werd vijandig ontvangen.” Als ik die dag zou mogen meemaken, dan zou ik jou onvoorwaardelijk steunen.” Kort daarop stierf Waraqah en kwam de openbaring (tijdelijk) tot stilstand.
(al-Boechari) bron:Al yaqeen
|
|
|  Zijn perfecte eigenschappen | |
|
De wonderen van de Profeet (vrede zij met hem)
Allah, de Verhevene, heeft middels de Profeet (vrede zij met hem) verbazingwekkende wonderen en duidelijke tekenen getoond. Als iemand die zoekend is naar de waarheid deze wonderen bestudeerd zal hij erachter komen dat dit aantoont dat de Profeet (vrede zij met hem) werkelijk de Boodschapper van Allah is. Sommige geleerden hebben deze wonderen geprobeerd te tellen en kwamen op een aantal van ongeveer duizend wonderen. Hier zijn vele boeken over geschreven en de geleerden van de verschillende Islamitische studies hebben uitvoerig uitleg over gegeven.
De grootste wonder van allemaal: De Koran
De grootste wonder die onze Profeet (vrede zij met hem) is gegeven, sterker nog alle Boodschappers is gegeven is wel de Edele Koran, het Verduidelijkende Boek. Dit wonder spreekt het verstand en de ziel aan. Een wonder dat bestaat en zal blijven voortbestaan tot aan de Dag des Oordeels. Een Boek wat niet vatbaar is voor aangebrachte wijzigingen of veranderingen. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
"Waarlijk, het is zeker een Verheven Boek. De valsheid treft hem (de Koran) niet, niet van voren (tijdens de openbaring) en niet van achteren (na de openbaring). Een nederzending van de Allerwijze, de Geprezene."
(Soerat Foessilat: 41-42)
Allah daagt met dit Boek de welbespraakte Arabieren uit. De Arabieren in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) stonden bekend om hun welbespraaktheid, verfijnde taalgebruik en retoriek. Ook weten we dat de Arabieren langdurig en hevig de Boodschap en de Profeet (vrede zij met hem) hebben bestreden. Al met al hadden zij dus genoeg reden om de uitdading aan te gaan en in al hun welbespraaktheid en retoriek te komen met een boek dat gelijk is aan slechts een deel van de Koran. Zij waren hier echter niet toe in staat. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):
"En als jullie in twijfel verkeren over wat Wij hebben nedergezonden aan Onze dienaar (Mohammed), brengt dan een soortgelijke Soerah (een hoofdstuk uit de Koran) voort, en roept jullie getuigen buiten Allah op, als jullie waarachtigen zijn. Als jullie dan daartoe niet in staat zijn, vreest dan het Hellevuur waarvan het brandstof uit mensen en stenen bestaat, klaargemaakt voor de ongelovigen."
(Soerat al-Baqarah: 23-24)
bron : Noor al-Islam
|
|
Mijn beste vriend.
Half acht de wekker rinkelt, Amien opent zijn ogen het eerst wat hij zegt is; "Ik dank Allah, die mij laat sterven en in de ochtend weer tot leven brengt". Hij trekt zijn gordijnen open en kijkt naar buiten de zonnestralen bedekken zijn gezicht. Hij glimlacht en loopt naar de badkamer om zijn woedu (wassen voordat je gaat bidden) te nemen.
"Amien opschieten het ontbijt is klaar", roept zijn moeder.
Amien komt de badkamer uit en spreekt de volgende woorden: "Ik getuig dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed* zijn profeet is". Dan loopt hij naar zijn kamer om daar zijn gebed te verrichten. Als hij klaar is trekt hij zijn kleren aan en terwijl hij dat doet zegt hij "ik dank Allah die mij deze kleren heeft gegeven". Tevreden kijkt hij in de spiegel, hij pakt zijn schooltas en loopt naar beneden .
Hij groet zijn moeder met Salaam en gaat dan aan tafel zitten. Moeder kijkt trots toe hoe haar zoon zijn eerste hap neemt terwijl hij de naam van Allah uitspreekt. Er wordt aan de deur gebeld, zijn moeder doet open. Daar staat Anas het buurjongetje, hij vraagt naar Amien die op hem af komt lopen. "Salaam" zegt, Amien, en Anas antwoord; "hoi Amien fiets je mee naar school? Kunnen we samen Latifa dat vervelende kind uit onze klas tegemoet rijden en haar lekker pesten".
Amien kijkt hem aan en zegt; "Nee Anas ik rij niet met jou mee om iemand te pesten, als jij mijn vriend wil zijn dan pest je niemand, want dat doet mijn beste vriend ook niet". Anas kijkt hem aan en zegt. "Jouw beste vriend???? Wie is jou beste vriend dan, jij hebt helemaal geen beste vriend".
Amien kijkt hem aan en zegt dan, "die heb ik wel en hij heet Mohammed*". Anas kijkt hem aan en zegt; "nou goed ga jij maar lekker naar je best vriend dan". Amien glimlacht en zegt: "dat zal ik zeker doen op een dag.."
Anas begrijpt niet zo goed wat Amien bedoelt; Hij denkt; "Wie is die beste vriend van Amien? En waarom antwoord hij met, dat zal ik zeker doen op een dag? Ik ken geen Mohammed* die Amien zou moeten kennen en in de klas zit ook niemand die Mohammed* heet". Hij fiets naar school, hij is een beetje jaloers omdat hij weet dat Amien een andere beste vriend heeft.
Op school komt hij Omar en Ali tegen, hij loopt op ze af en verteld ze over wat Amien heeft gezegd.
Omar zegt, "nou die best vriend van hem kan helemaal niet zo bijzonder zijn, ik ben veel beter dan hij. Ik zal er voor zorgen dat ik Amien zijn beste vriend word". Op dat moment fietst Amien het schoolplein op. Omar loopt op hem af en vraagt Amien of hij straks met hem mee naar huis gaat om met zijn nieuwe pistool te spelen. Amien kijkt hem aan en zegt; "Nee ik ga niet met jou mee om met een pistool te spelen, dat deed mijn beste vriend Mohammed* ook nooit. Mijn best vriend Mohammed* is vredelievend. En een pistool is een wapen waar mensen elkaar pijn mee doen dus ik speel daar niet mee". Omar staat versteld en zegt dan, "nou ga jij maar lekker met je beste vriend spelen. En ik geloof helemaal niet dat jij een beste vriend hebt die zo goed is". Amien zegt, "en toch heb ik die, en op een dag zullen ook jullie hem ontmoeten".
Omar loopt terug naar Ali en Anas en verteld, "Amien wilde niet met mij mee om te spelen hij begon weer over zijn beste vriend". Ali antwoord, "nou dan zal ik het nu eens proberen. Ik heb gisteren een nieuw computer spelletje gehaald en ik weet zeker dat Amien het geweldig zou vinden om er mee te spelen. Ik weet zeker dat hij dan mijn beste vriend wordt".
Dus loopt Ali op Amien af. "Hallo Amien". "Salaam" zegt Amien terug. En dan steldt Ali zijn vraag; "Zeg Amien ik heb een nieuw computer spelletje gekregen het is echt een geweldig spel als je er een keer mee hebt gespeelt wil je niks anders meer doen. Wat zou je er van vinden om na schooltijd mee te gaan? Dan mag je er mee spelen".
Amien antwoord; "Nee Ali want dat zou mijn beste vriend Mohammed* ook niet doen. Computer spelletjes zorgen ervoor dat je, je huiswerk niet maakt en je salaat niet doet. Nee, sorry voor mij en mijn beste vriend geen computer spelletjes".
Ali antwoord, "nou ik kan me niet voorstellen dat jou beste vriend zo bijzonder is, ik denk dat je liegt je hebt helemaal geen beste vriend".
Amien glimlacht weer en zegt, "Ali ik heb een beste vriend en als je hem zou kennen zou je niemand anders meer als vriend willen". Ali zegt, "nou ga jij maar naar je beste vriend toe dan". Amien antwoord, "dat zal ik zeker doen op een dag!".
Ali loopt terug naar Anas en Omar en verteld dat ook hij is afgewezen door Amien. Nou stonden ze elkaar aan te kijken, ze waren toch best jaloers dat Amien zo een goed beste vriend heeft. Anas zegt, "Ik wil deze vriend van Amien toch best ontmoeten". En ook Ali en Omar willen hem graag ontmoeten.
Ze besluiten om na schooltijd naar Amien toe te gaan om hem te vragen of hij ze wil voorstellen aan zijn beste vriend.
Dan gaat de bel en de kinderen lopen naar het klas lokaal.
De juf zegt; "Goede morgen allemaal! Het onderwerp van vandaag is Pesten, wat vinden jullie nou van pesten? Er worden verschillende reacties gegeven.
Zo zegt Samier de stoerste jongen uit de klas bijvoorbeeld; "nou als ik iemand er gek vind bij lopen heb ik alle recht om hem uit te lachen, moet hij zich maar normaal kleden".
Omdat dit de populairste jongens is uit de klas begint iedereen te lachen.
Behalve Amien die steekt zijn vinger op, de jufrouw geeft hem de beurt en Amien zegt, "Ik ben het hier niet mee eens, met pesten kwets je mensen en ik zou het ook niet leuk vinden om gekwetst te worden. Ik vind dat ieder mens in zijn waarde gelaten moet worden. Je moet een mens behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden".
Nu zijn echt alle ogen op Amien gericht, ze geloven niet wat ze horen, ze schamen zich een beetje.
De juf loopt op Amien af en zegt; "Dat heb je heel mooi gezegd Amien, en dat is wat ik jullie vandaag wilde gaan leren, want je moet inderdaad elk mens behandelen zoals je zelf behandeld wil worden, het maakt niet uit hoe iemand eruit ziet". En dan vraagt ze. "Amien van wie heb jij deze wijze woorden geleerd?"
Amien glimlacht en zegt dan; "Dit heb ik van mijn beste vriend Mohammed* geleerd". Ook de juf lacht en zegt dan: "dan heb jij een hele wijze vriend je mag trots op hem zijn".
De klas kijkt Amien nog steeds aan, zelfs de populairste jongen uit de klas kijkt hem een beetje jaloers aan.
De juf gaat verder met de les, en als de tijd om is gaat de bel de kinderen pakken hun spulletjes bij elkaar en lopen de klas uit.
Amien pakt zijn fiets en wil net wegrijden. Maar dan ziet hij dat Ali, Omar en Anas naar hem toe lopen, dus blijft hij even staan. De jongens vragen alle drie tegelijker tijd: "Amien vertel ons eens wat meer over je beste vriend, het lijkt ons een goede jongen, zou je hem aan ons willen voorstellen?".
En Amien antwoord; "Dat zou ik heel graag willen doen, maar mijn beste vriend is al een hele lange tijd geleden dood gegaan. En ook ik heb hem niet gekend." Amien kijkt nu een beetje verdrietig."
De jongens vragen nu, "maar Amien wat erg voor je, maar je praat over hem alsof hij nog leeft?"
Amien zegt, "dat is ook zo want in mijn hart en in mijn gedachten leeft hij nog elke dag"
Omar vraagt Amien om wat meer over Mohammed* te vertellen.
En dan verteld Amien, "Mijn beste vriend Mohammed*, dat is onze profeet hij had ook beste vrienden en een aantal van die vrienden heten net als ons, Amien, Omar, Ali en Anas. Dit waren vrienden die hem altijd beschermden en altijd bij hem waren ze hadden nooit ruzie. En Mohammed* was altijd goed voor kinderen en hij leerde ze om goed te zijn voor anderen".
Ali zegt, "ik wou dat ik hem ook had gekend, zodat hij mij al die goede dingen kon leren".
En daarop zei Amien, "Wij kunnen ook beste vrienden worden van Mohammed* net als de echt Omar Ali Anas en Amien. We kunnen anderen goede dingen leren en goed zijn voor andere kinderen. Ik heb gelezen dat als je doet wat Mohammed* altijd heeft gedaan tijdens zijn leven, dat je hem op een dag zal mogen ontmoeten van Allah".
"Maar Amien wij weten niet wat Mohammed* in zijn leven heeft gedaan, dus kunnen we ook niet zijn beste vrienden worden" ,zegt Omar een beetje teleurgesteld.
"Maar dat geeft niet" zegt Amien, "want, onze vriend Mohammed* heeft gezegd, "iets wat je nog niet kent kun je altijd leren". Ik zal jullie de belangrijkste dingen vertellen.
Onze vriend Mohammed*, loog nooit, verrichte altijd zijn gebed, dacht heel veel aan Allah, hij was goed voor andere mensen, maakt geen ruzie en hij bleef zijn vrienden altijd trouw".
De jongens waren heel blij om dit te horen, ze namen elkaar bij de hand en besloten om ook de beste vrienden van De Profeet* te worden. Vanaf deze dag zijn de jongens altijd samen. Ze doen alleen maar goede dingen, verrichten hun salaat (gebed), denken veel aan Allah, blijven elkaar altijd trouw. En vertellen andere kinderen keer op keer over hun beste vriend Mohammed*.
EINDE!
|
|
|